Inleiding tentoonstelling
Grafisch Werk Julien Schoenaerts
Atelier Jacques Goris
Venusstraat 52 - 2000 Antwerpen
Zondag 6 september 2026
Dames en Heren, Goede vrienden van de kunstkring Jacques Gorus,
Op een bar koude zaterdagnamiddag in de herfst van het ‘fin de siècle-jaar’ 1999
slenterde de toen 74 jarige Julien Schoenaerts toevallig hier voorbij de galerij.
Omar Van Meervelde, de charmante oprichter, voorzitter en bezieler van deze
kunstkring stond net even buiten, en beide ‘atypische’ kunstenaars, die elkaar die
middag voor het eerste ontmoetten, raakten aan de praat.
Julien had Jacques Gorus goed gekend, er in zijn jonge jaren zelfs een huis mee
gedeeld in de Begaardenstraat. Prompt vroeg Julien, die naast zijn mythische
theatercarrière ook altijd getekend en geschilderd heeft, of hij zijn werken hier mocht
exposeren. “Als je grafisch werk hebt kan dat zeker” zei Omar, “Gorus leefde en werkte
hier in dit huis als graficus en ter zijner nagedachtenis brengen wij hier dus in de eerste
plaats graveerkunst onder de aandacht.”
Julien had nog nooit geëtst. Maar assertief en uitdagend zei hij : “Leer het me dan.” Al
even verrassend repliceerde Omar ad rem : “Kom dan binnen.”
Toevallig lag er in de lade van zijn bureau nog een met was geprepareerde zinkplaat
klaar en geen half uur na hun eerste ontmoeting, kraste Julien Schoenaerts hier voor
het eerst met een etspen in etsgrond. Natuurlijk moest die plaat nog in een zuurbad,
om vervolgens ingeïnkt en afgedrukt te worden. Dat materiaal bevond zich bij Omar
thuis in Deurne maar… Omar beloofde Julien nog diezelfde avond zijn ets af te
drukken. En ’s anderendaags, zondag middag, stond Julien hier al terug, als een kind
popelend naar het resultaat van zijn eerste grafische werk. Het hangt hier. De volgende
jaren tot in zijn stervensjaar 2006 kwam Julien hier, in de mate van het mogelijke, bijna
elke zaterdag- en zondagmiddag schilderen, tekenen, poëzie schrijven en zijn nieuw
ontdekte expressievorm beoefenen: etsen ! Resultaat : een grafisch oeuvre van 49
etsen waarvan hij sommigen later met kleur verhoogde en waarvan er hier vandaag
21 tentoongesteld zijn. Daarnaast hangen hier 4 pastels van Omar, maar die door
Julien bewerkt zijn en waar hij poëzie aan toevoegde, ‘gesamtkunst’ zeg maar. In de
toonkast ginder liggen ook nog 3 schetsboeken van Omar waar Julien ook menige
bladzijde in “Gecorrigeerd” heeft, zoals hij zelf, eufemistisch, zijn ongevraagde
bemoeienissen benoemde, maar die door Omar liefdevol gedoogd werden.
Naast dit oeuvre ziet U hier ook zijn bronzen buste van de hand van Wilfried Pas,
die hier menige zaterdag en zondag het ‘rendez vous des artistes’ kwam vervoegen,
alsook een portret van Julien geschilderd door Fred Bervoets.
Tot slot ligt hier de monografie: “Julien Schoenaerts, Grafiek en Poëzie” een bijzondere
verwezenlijking van de kunstkring Jacques Gorus, uitgegeven in 2008 ter gelegenheid
van de inhuldiging van het standbeeld dat Wilfried Pas van hem maakte en zich aan
de Kerkstraat in de nabijheid van Julien’s Ringtheater bevindt.
Dat boek, is hier ook te koop en dat is fantastisch nieuws want de tentoongestelde
werken zijn dat niet. (Ze werden allen slechts op 7 exemplaren afgedrukt en
gesigneerd, 2 voor Schoenaerts zelf, 1 voor de kunstkring, en 4 voor de verkoop, maar
die exemplaren bevinden zich allen al lang in privéhanden. De originele platen en de
proefdrukken zijn aan het prentenkabinet geschonken.)
In de bewuste monografie zijn alle 49 etsen van Julien afgedrukt alsook de 21 die hij
later met kleur verhoogde. Maar wat het boek helemaal bijzonder maakt, zijn 29
poëtische teksten van Julien die er zijn in opgenomen.
Het is destijds gedrukt op 100 genummerde exemplaren telkens vergezeld van een
originele maar postuum afgedrukte ets. Geïnteresseerden moeten zich wel haasten
want er zijn nog maar 7 exemplaren van beschikbaar.
Naast een aantal tentoonstellingen op ander lokaties, is het vandaag reeds de vierde
keer dat het gravische werk van Julien Schoenaerts hier op de plaats, waar ze ooit
ontstaan zijn, worden tentoongesteld. De eerste twee keer in 2001 en 2003 nog in
aanwezigheid van de kunstenaar zelf. In 2016 tien jaar na zijn overlijden en nu ter
gelegenheid van zijn 20ste sterfdag, morgen 7 september. (Vorige zondag 30 augustus,
zou Julien trouwens 101 geworden zijn).
Net als 10 jaar geleden valt de eer mij te beurt deze ‘hulde-tentoonstelling’ te mogen
inleiden. Ik dank dit buitengewone voorrecht aan het feit dat ik Omar al bijna 70 jaar
ken. Als kind hebben wij samen in dezelfde jeugdbeweging gezeten waar we enorm
veel speelvreugde hebben gedeeld. Later zijn onze levenspaden gescheiden, maar
toen die elkaar zo’n 20 jaar geleden toevallig opnieuw kruisten bleken die een paar
merkwaardige overeenkomsten te vertonen. Beiden waren we in de kunstenwereld
verzeild geraakt (wat gelet op onze afkomst niet vanzelfsprekend was), beiden hadden
we rond dezelfde tijd, zo’n dertig jaar geleden, een eigen kunstkring opgericht. Maar
nog merkwaardiger is dat eenzelfde markante figuur onze, toen totaal gescheiden
levenswegen, had doorkruist en er op zijn onnavolgbare manier een onuitwisbare
indruk heeft achtergelaten: Julien Schoenaerts.
Hoe dat bij Omar is gelopen heb ik net verteld, wat mij betreft was dat in 1972. Ik zat
in het eerste jaartje van mijn toneelopleiding en kreeg de kans om mee te werken aan
‘Kaspar’ van Peter Handke in Julien’s Ringtheater in de Pastorijstraat. Voor mij was
het de allereerste keer dat ik bij een productie van een beroepstheater betrokken werd.
Julien Schoenaerts speelde de titelrol, Walter Tillemans regisseerde en de auteur was
zoals gezegd Peter Handke. Stel je voor… bij mijn professionele theaterdoop werd ik
in bad gesleurd, ingezeept en lentefris gewassen door drie titanen in het vak.
Een carrière kan minder fortuinlijk van start gaan.
Ik heb de niet op waarde te schatten opportuniteit gehad, twee reeksen, gespreid over
twee seizoenen, avond aan avond, als neofiet op de bühne te staan naast de man die
het gesproken woord verhief tot zijn meest onconventionele, authentieke, kunstzinnige
mogelijkheden.
Hij heeft er mijn visie op de woordkunst de ‘vleugelwijdte’ van een condor mee
gegeven.
Maar wat nog meer is… zijn persoonlijkheid en vaak grillige levensloop, met gigantisch
succes naast schrijnende tragiek, heeft mijn fascinatie opgewekt voor een heel
bijzonder aspect van de toneelspeelkunst namelijk die der ‘vergankelijkheid’.
Theater is immers de meest ultieme vergankelijke kunstvorm die er bestaat. Het speelt
zich uitsluitend in het huidige moment af.
Elke voorstelling bestaat alleen in het nu.
Als het applaus stopt, de spots doven en het doek valt, bestaat de voorstelling alleen
nog in de herinnering.
Zelfs als een stuk 100 keer wordt uitgevoerd, is elke avond uniek.
In een poging om dat precieus kunstwerk van die vergankelijkheid te redden, en hun
vaak prachtige prestatie te vereeuwigen ‘archiveren’ vele theatermakers. Zij
verzamelen scripts, recenties, programmaboekjes, affiches, foto- en video-
registraties. Maar al deze waardevolle getuigen ten spijt : “Hun échte artefact ‘is niet
meer’”.
Maar waarom zou je treuren om die vergankelijkheid?
Goethe gaf ons daarin een fantastische les: voor hem was die ‘Vergänglichkeit’ geen
bron van passieve melancholie of wanhoop, maar juist de drijvende kracht achter
menselijke creativiteit, transformatie en zingeving.
In plaats van te treuren om het voorbijgaan van de tijd, pleitte Goethe voor het
omarmen van verandering als een kosmische wet.
Faust verliest zijn ziel aan de duivel als hij een moment ervaart dat zo volmaakt is dat
hij het wil vastklampen: “Verweile doch! Verweile doch! Du bist so schön!"
Het menselijk geluk ligt niet in een statische eeuwigheid, maar in het intens beleven
en vormgeven van het vluchtige, huidige moment. De dood en eindigheid maken de
tijd die ons nog rest niet zinloos, maar juist kostbaar.
Schoenaerts heeft de vergankelijkheid van zijn kunstwerk niet enkel op het einde van
elke voorstelling moeten ervaren (net als elke acteur) maar ook lijdzaam moeten
ondergaan : Dat zijn kunde om het de volgende dag opnieuw te creëren, hem
langzaamaan ontviel. Dit ten gevolge van zijn bipolaire stoornis, waar, door vasculaire
accidenten (kleine maar veelvuldige hersenbloedingen in het gebied van het
geheugen) nog eens dementie bovenop kwam.
In 1995 al, na de vertoning van ‘Krapp’s laatste band’ van Samuel Beckett in het
Raamtheater, viel zijn ‘final curtain’. Hij heeft daarna nooit meer ‘live’ een
toneelvertoning gespeeld.
Maar misschien was dat wegvallen van dat ‘praktische’ geheugen en ‘nuttig’ verstand,
hoe pijnlijk ook, wel meer genade dan vloek. Zijn partner Dominique Wiche die in 2016
overleed, heeft dat ooit schitterend verwoord, zij zei : ‘… de franjes van het ego vielen
af en dat helpt in de grote oefening die ‘onthechting’ is. … terwijl zijn lichaam en
hersenen het langzaam lieten afweten, manifesteerde zijn ziel zich duidelijker, en zijn
steeds zachtmoediger wezen toonde genoeg wat liefde vermag en wat zich spiritueel
in hem voltrok… Ik denk dat velen die meditatie of contemplatie beoefenen, jaloers
zouden zijn op die staat van ‘zelfloosheid’. Die prachtglans in zijn verwonderde blik,
die gelukzalige verstilling, hoe stralend mooi hij was als zijn ‘mind, full of wonder’, een
kijkje ging nemen in het gebied der naamloze dingen!”
‘Een kijkje nemen in het gebied der naamloze dingen’ Hoe mooi is dat geformuleerd.
Geen enkel van de werken die hier hangen draagt een naam.
“Eerst en vòòr alles is er bezieling” zei Julien over zijn grafisch werk. “Betekenis komt
pas achteraf. Je kan de mensen niet opleggen waarnaar ze moeten kijken.”
En hij nodigde ons uit naar zijn werk te kijken met de ogen van een kind.
Een kind heeft nog geen controle over de dingen, geen vaste meningen en logica.
Het is nog onbewust van feiten, kennis en al dat gecompliceerde aardse weten.
En dat brengt ons bij de lijfspreuk van de kunstenaar Julien schoenaerts.
Hoe hij aan die ‘lijfspreuk kwam is trouwens andermaal een typisch ‘Julien’s’ verhaal
op zich.
Hij ging naar de bib een boek halen. Op weg naar huis viel dat boek plots open.
Daar moet wel iets héél belangrijks staan dacht hij, waarom zou het boek anders juist
op deze pagina openvallen? Hij las : “Ik ging daar binnen, ik wist niet waar. En van
niets wetend, bleef ik daar, terwijl ik alle weten oversteeg.” ….“Ik ging daar binnen, ik
wist niet waar. En van niets wetend, bleef ik daar, terwijl ik alle weten oversteeg.” …. .
Hij heeft het boek dichtgeklapt en het meteen teruggebracht naar de bib. “Ik had het
boek gelezen. Ik wist genoeg.” Zei hij “Ik wist genoeg waar ik niks van wist. Maar het
is wél een zin waar ik voor de rest van mijn leven alle kanten mee op kon. Het is mijn
‘lijfmotief’ geworden.”
Ik ben altijd benieuwd geweest naar de titel en de auteur van dat bewuste boek, want
dat had Julien er niet bij verteld. Door de mogelijkheden van AI ben ik het, nog niet zo
heel lang geleden, te weten gekomen. Het is de openingszin van een mystiek gedicht
van de Spaanse mysticus en dichter San Juan de la Cruz (Johannes van het Kruis ).
Het beschrijft een mystieke ervaring waarin het menselijk verstand wordt overstegen
door een goddelijk 'niet-weten'.
De taalvirtuoos Julien Schoenaerts moest meemaken dat de woorden hem ontvielen,
maar heel het spectrum van emoties bleef zich wel aandienen, en voor de expressie
van die emoties had de kunstenaar een ander vorm nodig.
En op een op een bar koude zaterdagnamiddag in de herfst van het ‘fin de siècle-jaar’
1999, slenterend hij hier door de Venusstraat, ging hij binnen, hij wist niet waar, en van
niets wetend blijf hij daar, terwijl hij in een nieuwe ontdekte expressievorm, puur zijn
persoonlijke ziel liet spreken, die alle weten oversteeg.
Dames en Heren, Goede Vrienden, met warme genegenheid en dankbaar respect
verklaar ik namens de kunstkring Jacques Gorus deze ‘Hulde-Tentoonstelling’ van het
‘zeer aparte’ grafische werk van Julien Schoenaerts voor geopend. Het is een
verdiende ‘hommage’ aan een buitengewone kunstenaar ter gelegenheid van de
twintigste verjaardag van zijn overlijden.
En voor wie in staat is naar dit werk te kijken met de ogen van een kind, wordt het
gebied der naamloze dingen ontsloten, dat alle weten overstijgt.
Marc Schillemans