DE STILTE IN DE BLAUWE KAMER
1
Laat ons bij deze vreemde vorm van vrede,
als stilte de blauwe kamer binnensijpelt,
de tijd nog bijtijds bijbenen,
innerlijke getuige blijven,
onbewogen beweger,
vriend van de aarde.
Laat ons verzegelen wat we ons half herinneren
bij open deuren, in lege kamers:
een zomerverhaal van rozen, kersenbloesem.
2
Laat ons de open hemel
over de kustlijn koesteren,
de vuurtoren, de opalen maan,
de dag van de geliefden vieren,
als de nacht valt in Melancholy Street,
rituelen opvoeren van lucide dagen.
Laat ons het zoete vuur niet ontkennen,
plaatsen waar het hart zich voor het eerst opende,
verlangen naar hoger gelegen gebieden.
3
Laat ons de vergetelheid tegengaan,
de tederheid vieren,
aanbidden wat we anders vergeten,
wat zich weerspiegelt: een droomland,
een graadmeter van hartstocht,
hunkering, heiligspraak.
Leer ons opnieuw de hartslag van het eeuwenoude:
geur van sandelhout, de nachtelijke lokroep
van drums, de gedempte klank van een sitar.