  Het Stille Pand (2006-2026)
Roger Nupie Lucienne Stassaert Handboek
Ruime opkomst op een bloedhete zaterdag 27 juni 2026 in een gelukkig van airco voorzien zaaltje in het Letterenhuis in Antwerpen voor de voorstelling van het Lucienne Stassaert Handboek (Uitgeverij P), met een aantal artikels over zowel het literaire als het plastische oeuvre van Stassaert. Redactie: Anneleen de Coux en Carl de Strycker, m.m.v. Régine Ganzevoort. Carl de Strycker benadrukte dat het initiatief een unieke kans biedt om kennis te maken met het veelzijdige oeuvre van Lucienne als auteur, vertaler en beeldend kunstenaar én dat er nog meer te vertellen valt over het werk van Lucienne dan wat er nu verschenen is. Anneleen de Coux belichtte kort de bijdragen van henzelf en die van Nele Janssens, Dirk De Geest, Bart Vervaeck, Sarah Posman, Kate Dejonckheere, Bart Stouten, Lars Bernaerts, Arthur Hendrikx, Veerle Fraeters, Stefan Clappaert & Roger Nupie. Vera Alexander Beerten bracht een schitterende hommage aan Lucienne, die tot slot haar recentste gedicht las. Uitgever Leo Peeraer overhandigde een eerste exemplaar aan Lucienne en aan de aanwezige deelnemers. Daarna volgde een receptie met, gezien de hittegolf, uitsluitend niet-alcoholische drankjes. Lucienne had het druk met het signeren. © alle foto’s: Guy Alois
© coverfoto: Regine Ganzevoort & Uitgeverij P
Anneleen de Coux & Carl de Strycker
Lucienne Stassaert en dochter Anouk Ganzevoort
DROOM – LUCIENNE STASSAERT Terwijl ik slaapdronken uit bed stap koeren de duiven al op volle toeren om zes uur ’s morgens. In mijn droom, zo kaal als de blote waarheid, was het vaderhuis onbewoond en zo leeg als een mosselschelp. Geen spoor van leven te vinden een stilte die naar mijn hoofd stijgt naarmate ik verder zoek naar een of ander bewijs dat vader overleden is en ik al jaren op hem wacht om iets van hem te ontdekken dat ik zou kunnen benoemen zoals een kind namen geeft aan haar pop om zich minder eenzaam te voelen.
HOMMAGE AAN LUCIENNE STASSAERT VERA ALEXANDER BEERTEN * Het was in 1987 tijdens de nacht van de poëzie in Antwerpen dat ik jou voor het eerst ontmoette en ik weet nog dat ik toen dacht: wat een vreemd, kleurrijk, gevederd wezen strijkt hier neer op het podium. Ik leerde je snel beter kennen via onze vriend en dichter Wilfried Adams en onze contacten werden intenser. Inmiddels zijn we bijna 40 jaar verder en sta ik hier, met veel schroom, om een lofzang over je uit te zingen. Een lofzang die jouw 90 jaren van een intens, scheppend leven zou moeten verklanken. Een eerste eerbetoon aan jouw veelzijdig kunstenaarsleven gaven we jou, ter gelegenheid van je 60ste verjaardag, in de vorm van een Liber Amicorum. Een vriendschapsboek waar vele vrienden en collega- kunstenaars hun bijdrage aan leverden en dat gepaard ging met een uitbundig feest in een zaaltje op Sint- Andries hier in Antwerpen. Het deed je deugd deze erkenning, al was ze niet van officiële aard. Maar het mooiste eerbetoon kwam van je dochters Régine en Anouk die enkele jaren geleden, in 2016, jouw leven en werk bezongen in de DVD “Souvenirs”. En nu naar aanleiding van je 90ste verjaardag dit boek waarin verschillende aspecten van je zo veelzijdige werk worden belicht door een schare auteurs onder redactie van Anneleen de Coux en Carl de Strycker en met medewerking van je dochter Régine. Ik denk dat iedereen hier aanwezig weet heeft van die veelzijdigheid van je oeuvre, dat poëzie, proza, toneelstukken, hoorspelen, dagboeken en vertalingen, maar ook beeldend werk omvat. Dit is zoveel meer dan een dubbeltalent. Maar sta me toe jou te bezingen met hoe ik jou als kunstenares maar ook als mens heb ervaren en deze zang de thema’s te geven die mijns inziens in jou en je werk zo belangrijk zijn. Ik wil vertrekken vanuit een herinnering uit de late jaren 80. Het was oudjaar en om aan de hysterische drukte van die dag te ontsnappen, trokken we naar zee. Het geluid van de klauwende golven in een poging aan land te komen, het schaterlachend gekrijs van meeuwen en wij die stilzwijgend over een mensverlaten strand liepen, was voor jou een dieper overgaan in de tijd dan de gesel van de klokslagen die deze dag pijnigde. Diezelfde avond werden we uitgenodigd op een oesterfestijn bij onze vriend Roger Nupie en als kers op de taart keken we naar Becketts “Rockabye”. Dat beeld van een donker wezen in de hoek van een kamer, gezeten in een schommelstoel dat telkens wanneer het naar voren boog de ogen opende en sprak met een diepe, indringende stem: “More… more… more.” Een beeld dat ik nog steeds sterk met jou vereenzelvig. Het duistere, het donkere en de onuitputtelijke spitdrift naar meer, naar licht. Je grootvader die op de meest brutale wijze jouw kinderlijke licht in je gebeente joeg en jij die nog steeds dat met een bijna sacrale woede tracht naar boven te halen met taal en verf. De eeuwige jonkvrouw met de spade. Geblinddoekt door die nacht werd je blik steeds scherper en steeds meer binnenwaarts gericht en werd er een soort verbond met de dood en de tijd gesmeed. Dood en tijd. Twee thema’s die onlosmakelijk met elkaar in je werk en in je leven verweven zijn. De dood definieert het leven op z’n scherpst en buigt ons hart naar alle windrichtingen van het leven. Liefste Lucienne, jij beseft als geen ander zeker nu je reeds de respectabele leeftijd van 90 jaren hebt bereikt (wat door velen een wonder wordt geheten) dat wij slechts voorbijgangers zijn in de tijd. Het besef ooit te moeten verdwijnen zonder nalatenschap was en is voor jou nog steeds een grote angst en zorg. Het daagde je uit om bovenmatig creatief te zijn en boven je sterfelijkheid uit te stijgen. Een angel die je altijd weer is blijven steken en je taal gaf om, aan het door anderen ongeziene gelaat van het leven, vorm te geven. Het is niet zozeer de dood dan wel het niet te verdragen besef van vergeefsheid dat bij jou bijwijlen vlagen van paniek veroorzaakte. De eeuwigheid mag jou niet afwijzen. “Ik heb bewondering nodig”, zei je ergens in een interview maar jij was zelf zo gul (en eigengereid streng) in het bewonderen van anderen. Iets wat zijn weerklank vond in o.a. de vele prachtige vertalingen die je maakte. Je was ook bijzonder genereus in het aanmoedigen van andere, vaak jonge kunstenaars. Iets waarvoor je niet altijd even genereus werd bedankt. Maar voor mij, Lucienne, is het jouw poëzie die als een lichtkrans boven je hele oeuvre uitzweeft. Hoe lichtgevend de silhouetten ook zijn in dat duistere decor van je plastisch werk, ze bevatten niet het licht, niet de troost en ook niet de humor die toch sporadisch binnensluipt in je poëtische taal. Het lijkt of je plastisch werk de natuur, die je zo liefhebt, niet toelaat - maar ik kan me vergissen. De zee, de magnolia in volle bloei, het geroekedekoer van duiven. De door elkaar gehaspelde zang van vele soorten vogels in de lente… de gedaanteveranderingen van het licht bij het opkomen en neerdalen van de zon. Dit alles genoot je intense aandacht. De natuur als een soort pleister op de wonden van je leven. Maar ook het beluisteren van muziek was voor jou een levensverzachtende noodzakelijkheid. En ook hier was je voor geen klank te vangen. Naast je bewondering voor de grote klassieke componisten waaronder o.a. Brahms, Beethoven en Ravel, had je een immense bewondering voor Michael Jackson. En wat deze laatste betreft. Ik verdenk je ervan, liefste Lucienne, dat je destijds stiekem voor je nachtelijke spiegel de voor hem zo typische danspasjes je eigen probeerde te maken. Maar in al je betrokkenheid bij de wereld was er een soort alledaagse wereldvreemdheid. Alsof je blik altijd verder dan het nabije viel. De noodgedwongen praktische beslommeringen van het leven maakten jou nerveus en soms bovenmatig ongeduldig. Zoals ook je haperend lichaam je geduld vaak zwaar op de proef stelde omdat het een sta in de weg was, een obstructie voor je creatieve drift. Jouw vrijheid had geen omhulsel nodig. En toch lees ik in jouw poëzie een intense hunker naar aanraakbaarheid, naar die zogenaamde huidhonger die geen mens in jou gestild kreeg. Felle karakters geven veel vonken maar houden het vuur ook brandend. Zo’n karakter heeft het leven jou toegedicht. Jouw vuur is niet gedoofd en ik hoop voor jou van ganser harte, liefste Lucienne, dat de genade van de tijd over alle grenzen heen, jouw taal voor eeuwig brandend houdt.
Vera Alexander Beerten, hommage
Roger Nupie ontvangt een exemplaar van Leo Peeraer