Roger Nupie
achter de wachtdeur
Dichteres Maris Bayar (°1937) debuteerde in 1966 met de bundel “Ik laat mijn hoeventjes dansen”. Daarna volgden o.a. “Lof voor onwerkelijken”
(1976), “Vrouwelijke Elegieën” (1980), “Een IJzeren Hand in een Fluwelen Handschoen” (1988), “Fleur de Flandre” (1998, bij de voorstelling ingeleid
door Roger Nupie), “Ares” (2002) en in 2005 “Het epos van het groot ongelijk. Memoires in dichtmaat”. In 2011 verscheen de verzamelbundel
“Opgerichte poëzie. Gedichten 1975-1988”, met een bibliografische schets door Aleidis Dierick. Maris Bayar was van 1966 tot 1985 gehuwd met Tony
Rombouts. Trouw aan haar zestigjarig schrijverschap overleed ze in 2025.
Hierbij de cyclus “Achter de wachtdeur” - gedichten van Roger Nupie op basis van samples uit de poëzie van Maris Bayar, opgedragen aan Iris
Rombouts.
ACHTER DE WACHTDEUR
De dag dat hij zich aanpelste & vertrok,
in verderdracht & herfsttooi, als een hoog
hoefdier dat verdwijnt, bleven we achter,
wij, de geschikten, de gehevenen
met ingeblikte ziel, praal noch pracht,
gehavend & gewarboeld, kwezels
van de tijd, met veel heimwee nu we
gaan inliggen in de zee.
Als de hoera uit het feest is komt
de treurnis binnen, ondanks het zingen
van oude getrouwen, goede liederen
& welwillende gebaren.
In de verte louter nog forse knapen
langsheen bedroefde manen van een paard
& veel luistervinken, beroerd gelispel
& verboden geprevel achter de wachtdeur.
DE ACHTERBLIJVERS
Wanneer wij weggaan, gedenk dan
de achterblijvers, deze minnaars
van vroeger, in verlapte gewaden,
met vermomde hoeden.
Zij namen onze jeugende jaren mee.
Daar stonden we dan, in dit ontwrichte
ogenblik, aan vele kanten onherkenbaar,
ineengestrengeld & schuilend.
We keken toe, met geharde mond,
hoe dit circus wegtrekt bij verflauwd
gejuich, met gehuifde karren,
opgepoetste koetsen.
Ze trekken verder door steppe &
stoerheid, gaan huns weegs om gewicht
te werpen in de schaal. Ze zijn de wereld
mooi doorgekomen. Dat zoiets nog bestaat!
DE NATUUR DIE MIJ NIET VERLATEN WIL
Altoos in verwijdering
dit al vergeeld aandenken
aan de natuur die mij
niet verlaten wil:
gonzend gras, groene
bergweiden, handekenskruid,
herderstasje, klaprozen,
lindebomen
mannetjesvaren, moeraswespen-
orchidee, opgedroogde wingerd
in de wintertuin, populieren,
ruikers edelweissen.
Evenwel bij hedendaags
daglicht, in de stuifsneeuw
de bek van een
te dode vogel.
DE ACHTERBLIJVERS, BIJ NAAM GENOEMD!
(I)
De alleenlijke man op een bank, de bluffer
de bodemloze wreker, de boerenbedrogene
de boeventronies met gezellige manieren
het boze opperhoofd, de dappere soldaat
de doofknecht, de gebogen koetsier
de gemaskerde harlekijn, de geroepene
de grootzigeuner, de ingeslapene,
de lustige gezellen met de armen om elkaar
de omgetoverde, de onopvallende
de onpeilbare, de onthutste die men
de kamer uitdroeg, de overblijver
de poëet met lakschoenen
de smeerlap uit gewoonte, de taal-
oplichter, de veeltonige, de volgeling
de vermiste, de vaandeldrager
& zowaar de verzegelde!
DE ACHTERBLIJVERS, BIJ NAAM GENOEMD!
(II)
De afdingende koper, de botterik
de fratsenmaker, de gevallene
de 101 soldaten, de knapen ter zee
de louche kerel, de onoverkomelijke
de orgeldraaier, de rondtrekkende reiziger
de kietelachtige, de kokette kunstenmaker
de korenkoning, de lichtdrager
de monnik met meerdere levens
de neerdalende manhaftige, de straatzanger
Onze-Lieve-Vrouw-Van-Onder d’Aarde
het pikante neefje, prins schorseneer
de uitgezochte vrienden, de vliegkundige
het verkneukeld heertje
met lorgnet, de volgelvrije die
kan vliegen, de weldoener
& zowaar de zwijgende!
Maris Bayar - © foto: Axel De Meester
© omslagfoto: Iris Rombouts
© omslagfoto: Iris Rombouts