  Het Stille Pand (2006-2026)
Roger Nupie achter de wachtdeur
Dichteres Maris Bayar (°1937) debuteerde in 1966 met de bundel “Ik laat mijn hoeventjes dansen”. Daarna volgden o.a. “Lof voor onwerkelijken” (1976), “Vrouwelijke Elegieën” (1980), “Een IJzeren Hand in een Fluwelen Handschoen” (1988), “Fleur de Flandre” (1998, bij de voorstelling ingeleid door Roger Nupie), “Ares” (2002) en in 2005 “Het epos van het groot ongelijk. Memoires in dichtmaat”. In 2011 verscheen de verzamelbundel “Opgerichte poëzie. Gedichten 1975-1988”, met een bibliografische schets door Aleidis Dierick. Maris Bayar was van 1966 tot 1985 gehuwd met Tony Rombouts. Trouw aan haar zestigjarig schrijverschap overleed ze in 2025. Hierbij de cyclus “Achter de wachtdeur” - gedichten van Roger Nupie op basis van samples uit de poëzie van Maris Bayar, opgedragen aan Iris Rombouts.
ACHTER DE WACHTDEUR De dag dat hij zich aanpelste & vertrok, in verderdracht & herfsttooi, als een hoog hoefdier dat verdwijnt, bleven we achter, wij, de geschikten, de gehevenen met ingeblikte ziel, praal noch pracht, gehavend & gewarboeld, kwezels van de tijd, met veel heimwee nu we gaan inliggen in de zee. Als de hoera uit het feest is komt de treurnis binnen, ondanks het zingen van oude getrouwen, goede liederen & welwillende gebaren. In de verte louter nog forse knapen langsheen bedroefde manen van een paard & veel luistervinken, beroerd gelispel & verboden geprevel achter de wachtdeur.
DE ACHTERBLIJVERS Wanneer wij weggaan, gedenk dan de achterblijvers, deze minnaars van vroeger, in verlapte gewaden, met vermomde hoeden. Zij namen onze jeugende jaren mee. Daar stonden we dan, in dit ontwrichte ogenblik, aan vele kanten onherkenbaar, ineengestrengeld & schuilend. We keken toe, met geharde mond, hoe dit circus wegtrekt bij verflauwd gejuich, met gehuifde karren, opgepoetste koetsen. Ze trekken verder door steppe & stoerheid, gaan huns weegs om gewicht te werpen in de schaal. Ze zijn de wereld mooi doorgekomen. Dat zoiets nog bestaat!
DE NATUUR DIE MIJ NIET VERLATEN WIL Altoos in verwijdering dit al vergeeld aandenken aan de natuur die mij niet verlaten wil: gonzend gras, groene bergweiden, handekenskruid, herderstasje, klaprozen, lindebomen mannetjesvaren, moeraswespen- orchidee, opgedroogde wingerd in de wintertuin, populieren, ruikers edelweissen. Evenwel bij hedendaags daglicht, in de stuifsneeuw de bek van een te dode vogel.
DE ACHTERBLIJVERS, BIJ NAAM GENOEMD! (I) De alleenlijke man op een bank, de bluffer de bodemloze wreker, de boerenbedrogene de boeventronies met gezellige manieren het boze opperhoofd, de dappere soldaat de doofknecht, de gebogen koetsier de gemaskerde harlekijn, de geroepene de grootzigeuner, de ingeslapene, de lustige gezellen met de armen om elkaar de omgetoverde, de onopvallende de onpeilbare, de onthutste die men de kamer uitdroeg, de overblijver de poëet met lakschoenen de smeerlap uit gewoonte, de taal- oplichter, de veeltonige, de volgeling de vermiste, de vaandeldrager & zowaar de verzegelde!
DE ACHTERBLIJVERS, BIJ NAAM GENOEMD! (II) De afdingende koper, de botterik de fratsenmaker, de gevallene de 101 soldaten, de knapen ter zee de louche kerel, de onoverkomelijke de orgeldraaier, de rondtrekkende reiziger de kietelachtige, de kokette kunstenmaker de korenkoning, de lichtdrager de monnik met meerdere levens de neerdalende manhaftige, de straatzanger Onze-Lieve-Vrouw-Van-Onder d’Aarde het pikante neefje, prins schorseneer de uitgezochte vrienden, de vliegkundige het verkneukeld heertje met lorgnet, de volgelvrije die kan vliegen, de weldoener & zowaar de zwijgende!
Maris Bayar - © foto: Axel De Meester
© omslagfoto: Iris Rombouts
© omslagfoto: Iris Rombouts